Archive for October, 2013

Hulde aan het Energieakkoord

 

Hulde aan het Energieakkoord en wat het betekent voor de toekomst

 

Waarom is het Energieakkoord zo goed en wat kunnen we verwachten op basis van de ingezette ontwikkeling?

 

Het Energieakkoord doet 2 dingen goed:

  1. Het zet vol in op energiebesparing en

  2. Het blijft vertrouwen in het CO2 handelssysteem van de Europese Unie (het EU ETS).

 

Wat de toekomst betreft, ontvouwen zich, als je naar het Energieakkoord kijkt, 2 toekomstscenario’s.

  1. Een scenario waarin de productie en distributie van energie weer terug gaat naar de overheid en

  2. Een scenario waarin beide zaken worden overgelaten aan de markt.

 

Alle 4 de punten zijn van groot belang voor het Nederlands bedrijfsleven en bieden kansen de concurrentiekracht te bevorderen.

Energiebesparing.

 

We hebben de afgelopen 10 jaar in Nederland veel geld geïnvesteerd in de opwek van duurzame energie terwijl we die energie in feite niet nodig hadden. Als we de afgelopen 10 jaar de energiebesparingsmogelijkheden hadden benut dan zouden we onze CO2 uitstoot verder hebben verminderd dan nu met de opwek van duurzame energie.

 

Het is goed dat we nu inzien dat het investeren in energie die je eigenlijk niet nodig hebt geen goede besteding van belastinggeld is en dat we dus in de eerste plaats vol moeten inzetten op besparen. In het Energieakkoord wordt dit volmondig erkend. En terecht want we hebben in ons land nog verschillende niet-benutte mogelijkheden.

 

  1. Onderzoek door Ecorys, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, over het effect van de Meer Jaren Afspraken (MJA) heeft laten zien dat de MJA deelnemers slechts de meest voor de hand liggende en vrij eenvoudig uit te voeren energiebesparingen hebben doorgevoerd,

    • 70% van de investeringen zou ook gedaan zijn zonder MJA3 en

    • bijna de helft van de investeringen werden alleen gedaan als de terugverdientijd minder dan 5 jaar was.

 

De MJA afspraken hebben dus niet of nauwelijks bijgedragen aan extra besparingen; sterker nog, vaak zijn besparing waar bedrijven op basis van de wet eigenlijk toe verplicht zijn (investeringen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder zijn verplicht) niet uitgevoerd.

 

  1. De wet Milieubeheer verplicht bedrijven om een plan van aanpak op te stellen voor besparingen op het gebied van milieu. Die instrumenten worden vaak keurig in kaart gebracht, maar geen van die instrumenten wordt effectief en efficiënt uitgevoerd. Daar is geen enkele controle en handhaving op. Was die controle en handhaving er wel geweest dan had ons land meer energie bespaard dan dat we tot nu toe duurzaam hebben opgewekt.

 

Uit onderzoek van CE Delft voor ministerie van Infrastructuur en Milieu uit juni 2013 blijkt dat bedrijven aangeven da dat een consequente handhaving van de mogelijkheden van de wet Milieubeheer een besparing zou hebben opgeleverd van 4,7 mln ton CO2 uitstoot per jaar. Dit is gelijk aan de uitstoot samenhangend met het elektriciteitsverbruik van 2 mln Nederlandse huishoudens.

 

Het Europees CO2 handelssyteem

 

Het is erg bemoedigend dat de partners bij het Energieakkoord voldoende vertrouwen hebben gehouden in het European Union Emission Trading Scheme (EU ETS). Dit systeem is bedacht om de uitstoot van broeikasgassen van bedrijven, fabrieken en energiecentrales tegen te gaan door organisaties gezamenlijk een gelimiteerde hoeveelheid emissierechten aan te bieden. Wie ze nodig heeft, moet ze kopen. Wie ze over heeft, kan ze verkopen. Als we de uitstoot van CO2 willen beperken dan moeten we CO2 een prijs geven. Met het EU ETS hebben we in Europa een fantastisch systeem opgebouwd om dit te doen.

 

Het model zit goed in elkaar, is grondig doordacht, alleen de uitvoering hapert nog wat. Het probleem is dat overheden de emissierechten in de eerste twee fases van het EU ETS te goedkoop (gratis) hebben weggegeven. Hiermee is het marktmechanisme vleugellam gemaakt met als gevolg dat emissierechten vandaag de dag te weinig kosten. Het is echter realistisch te veronderstellen dat in de huidige derde fase van het EU ETS wel zal leiden tot een hogere prijs bij veiling van CO2 emissierechten door:

  • het geleidelijk vermindering van de gratis ter beschikking gestelde emissie rechten en

  • het gelijktijdig verminderen van de totale omvang van de emissierechten

 

Om te voorkomen dat de kosten van CO2 uitstoot de concurrentiepositie van Europese bedrijven verslechterd zijn er twee mogelijkheden:

  1. het EU ETS wordt uitgebreid met landen als Australië en Zuid Korea en regio’s als Californie en bedrijfstakken als de internationale luchtvaart.

  2. het EU ETS wordt gecomplementeerd met een CO2 importheffing. Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat een CO2 importheffing voordelig zal zijn voor de concurrentiekracht van Europese bedrijven. CO2 zuinige industrieën zoals we die in Europa kennen, hebben relatief gezien lagere CO2-kosten dan bijvoorbeeld Chinese industriebedrijven. Met alle marktvoordelen voor Europa van dien. Een dergelijke belasting stimuleert bovendien de innovatiekracht bij bedrijven om zo zuinig mogelijk te produceren.

 

De toekomst

 

Het Energieakkoord legt dus de basis voor een overheid die energiebesparing afdwingt en die zorgt voor het beprijzen van CO2-uitstoot.

Bedrijven doen er dus goed aan nu al in te zetten op energiebesparing en andere methoden om de toekomstige kosten van het uitstoten van CO2 te beperken.

Het energieakkoord zet ook stevig in op het opwekken in Nederland van duurzame energie.

Bij die keuze zijn een aantal kanttekeningen te maken:

  1. Het verminderen van de CO2 uitstoot is een wereldwijd project. Maatregelen moeten dus worden genomen waar ze wereldbreed gezien het meest effect hebben. Het besteden van belastinggeld aan het opwekken van energie door windmolen op zee is mogelijk een goed idee maar de kosten zijn niet afgezet tegen andere maatregelen met een zelfde effect elders in de EU of elders in de wereld.

  2. Leveringszekerheid en duurzame energie gaan (op het moment) niet samen en dus is de achtervang van centrales die draaien op fossiele brandstoffen nodig. Deze kosten zijn in feite kosten van duurzame energie en moeten dus aan die duurzame energie worden toegerekend.

 

Wat de toekomst betreft lijkt de keuze voor duurzame en decentrale opwek van energie echter gemaakt. Decentrale energieopwekking, waarbij consumenten zelf warmte- of elektrische energie genereren lijkt een dominante trend naar de toekomst toe. De daling van de prijzen van zonnepanelen en het verhogen van hun capaciteit lijken in overeenstemming met de wet van Moore. Een prijs per Watt van minder dan 0,50 cent in de komende paar jaar lijkt reëel. Het feit dat in de afgelopen dertien maanden meer dan 90 duizend huishoudens een subsidieaanvraag hebben ingediend voor de aanschaf van zonnepanelen en de subsidiepot inmiddels leeg is, illustreert deze ontwikkeling alleen maar.

 

Succesvolle grootschalige introductie van decentrale energieopwekking is echter alleen mogelijk als we:

  1. Smart grids aanleggen

  2. Zorgen voor een goede achtervang voor als er geen wind en zon is

 

De wijze waarop we de smart grids aanleggen en exploiteren en hoe we zorgen voor de achtervang van onze decentrale opwek zal bepalen hoe onze toekomstige energiewereld er uit ziet.

 

Smart grids en data

 

Hoe slim een smart grid is, is afhankelijk van de wijze waarin het netwerk in staat is gebruik te maken van de gebruiksdata van bedrijven en consumenten. De energiewereld van de toekomst wordt niet geregeerd door Mega Watts maar door Mega Bites. Rationeel gezien is er alle reden om te veronderstellen dat marktpartijen met elkaar zullen en kunnen concurreren om de gunst van de klant en daarbij op basis van de gebruiksdata van de klant een voor die klant beste aanbieding kunnen doen. Emotioneel gezien zou het best weleens kunnen zijn dat politici de macht bij overheidsgereguleerde netwerkbedrijven willen leggen.

 

Fossiele achtervang

 

Het zelfde zou mogelijk kunnen gelden voor het beheer van de fossiele achtervang. Ook hier is er alle reden te veronderstellen dat marktpartijen in staat zullen zijn met hun traditionele (gasgestookte) energiecentrales te fungeren als een achtervang tegen in de markt vast te stellen prijzen. Politici met een voorkeur voor overheidsinvloed zouden daarentegen kunnen kiezen voor een terugkeer naar de situatie in de jaren 80 van de vorige eeuw toen alle centrales opereerden binnen de SEP (de Samenwerkende Energie Producenten) en dus de kosten van de achtervang worden gesocialiseerd in plaats van dat ze worden bepaald op de markt.

 

Voor energieleveranciers in Nederland heeft de keuze tussen 1 van beide scenario’s vergaande consequenties. Worden het overheidsdiensten of blijven het bedrijven?

Voor de klanten van de energieleveranciers hoeft de keuze niet heel veel consequenties te hebben. Veel economen zullen pleiten voor marktwerking en alle positieve consequenties die dat heeft op de prijs, de innovatie en de concurrentiekracht van Nederland. Politici en kiezers zouden daar weleens anders over kunnen denken.

Image


Follw me on Twitter


%d bloggers like this: