Archive for the 'CSR' Category

De zin en onzin van CO2 emissierechten.

polarbearDeze analyse is gepubliceerd in Management Scope 09 2014.

Inleiding

Verlaging van de CO2-uitstoot en een verschuiving naar opwek en verbruik van hernieuwbare energie begint bij een realistischer CO2-prijskaartje.
Eind september spraken politici van 73 landen tijdens de klimaattop in New York met elkaar af een prijskaartje te gaan invoeren voor CO2, als ‘cruciale hoeksteen voor klimaatbeleid’. Dat kan een belangrijke stap voorwaarts blijken in het streven naar verduurzaming en terugdringing van de CO2-uitstoot (het ‘broeikaseffect’). Het plan van de politici is om volgend jaar, tijdens de klimaattop in Parijs, bindende afspraken te maken over CO2-reductie. Tegelijk kondigde de EU aan om, in reactie op de gestage klimaatveranderingen, in 2030 minstens veertig procent minder CO2 uit te willen stoten dan in 1990. Dat streven is niet nieuw. Een van de concrete maatregelen om dit te bereiken, was de oprichting van het European Union Emissions Trading Scheme (EU ETS) in 2005, met als doel te kunnen handelen in CO2-rechten. Bedrijven, fabrieken en energiecentrales moeten sindsdien beschikken over een bepaalde hoeveelheid emissierechten om in hun productiepro-cessen broeikasgassen uit te mogen stoten.

THEORIE VERSUS PRAKTIJK

In theorie is dit een prima model, maar de praktijk wijst uit dat de emissierechten nog steeds veel te laag geprijsd zijn. Na een langdurige startfase, waarin CO2-rechten gratis werden weggegeven, veilt de Europese Unie sinds vorig jaar ongeveer de helft van de beschikbare rechten aan de hoogste bieder. Ondertussen wordt de maximaal toegestane uitstoot van CO2 ieder jaar naar beneden bijgesteld: zo worden de rechten schaarser en dus duurder, is het idee. En dat zou bedrijven financieel moeten prikkelen om steeds minder CO2 uit te stoten, zuiniger te produceren en steeds meer geld te investeren in duurzame productietechnieken.

TRIAS ENERGETICA

Het cruciale probleem is echter dat de prijs van de emissierechten, ook sinds de lancering van de veiling in Leipzig, niet oploopt. Dat komt niet alleen omdat deze rechten in de beginjaren ruimhartig werden uitgedeeld, maar ook omdat de productieniveaus sinds de crisis aanmerkelijk zijn gedaald (met als neveneffect dat de Europese richtlijn om in 2020twintig procent minder CO2 uit te stoten, nu al is gehaald). Er hangt dan ook (nog steeds) een overschot van emissierechten boven de markt, met als gevolg dat het prijskaartje van CO2-uitstoot veel te laag blijft. Deze lage CO2-prijs is geen stimulans voor de productie van hernieuwbare energie, denk aan de bouw van windmolens, parken met zonnepanelen en grote biogascentrales. Ondernemers voelen niet de urgentie om besparingsmaatregelen door te voeren, omdat de terugverdientijd voor investeringen vaak te kort wordt ingeschat. Ze staan daarnaast teweinig stil bij het mogelijke besparingspotentieel. Dat komt ook omdat ze vaak onvoldoende inzicht hebben in de mate van mogelijke bezuinigingen in de afzonderlijke stappen in hun productieprocessen. De Wet milieubeheer dwingt bedrijven weliswaar een plan te maken hoe ze hun energieverbruik willen terugdringen, maar de controle op uitvoering is tot op heden tekort geschoten. En dus zien we in de Nederlandse industrie het energieverbruik momenteel zelfs stijgen, waar het verbruik van huishoudens daalt, met dank aan isolatie van woningen en de aanschaf van zuinigere hr-ketels, computers, koelkasten, et cetera.

ER WRINGT IETS

Ondertussen stimuleert de overheid via een subsidiesysteem de productie van duurzame energie. Via deze Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie, beter bekend als de SDE+, is momenteel een budget van 3,5 miljard euro per jaar beschikbaar om projecten te ondersteunen die zich richten op de productie van hernieuwbare duurzame elektriciteit, duurzame warmte en groen gas. Hier wringt iets. Enerzijds investeren we hard in meer duurzame opwek, maar anderzijds laten we kansen liggen om energie te besparen. Het is verstandig te investeren in duurzame opwek, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat we die duur opgewekte energie vervolgens ‘weggooien’. Wat heeft deze onwenselijke situatie veroorzaakt? De oorzaak ligt in het falen van de markt. Als de markt een prijs voor CO2 zou rekenen die meer dan nu aansluit bij de werkelijke kosten van vervuiling, dan zou de uitstoot van CO2 ondernemingen meer geld kosten. En zullen ze vervolgens de meest efficiënte manier zoeken om de CO2-uitstoot in te dammen. Waarschijnlijk is hun eerste stap het verminderen van het energieverbruik en daarna (als investeringen in energiebesparing een langere terugverdientijd hebben) het afnemen van duurzaam opgewekte energie. Het stijgen van de CO2-prijs en daarmee de gemiddelde marktprijs van elektriciteit, is een stimulans voor het bouwen van duurzame opwek zonder dat het leidt tot een verhoging van de vraag naar subsidie. We komen daarmee dichter bij een situatie waarin de vervuiler betaalt.

VAN LOKAAL NAAR MONDIAAL

De afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet in het terugdringen van de uitstoot van CO2 per product, maar dat effect wordt meer dan tenietgedaan door het feit dat we mondiaal veel meer produceren. China produceert nu al meer CO2 dan de VS. Daarom is het tijd voor nieuwe initiatieven, voor maatregelen op Europees en mondiaal niveau. CO2 is immers geen nationaal probleem, dus waarom werken met nationale initiatieven? Nu treffen landen met name op lokaal niveau maatregelen, primair vanuit hun eigen belangen of lokale politieke overwegingen. Zo willen landen als Polen en Tsjechië zich niet committeren aan een harde grens aan de maximale CO2-uitstoot, omdat de kolenindustrie hen nou eenmaal veel werkgelegenheid verschaft en omdat ze relatief een groot aandeel energie-intensieve industrie hebben. De vraag is echter hoe je CO2 moet beprijzen. Het invoeren van een CO2-belasting in Nederland of in de EU heeft zonder enige twijfel effect op de concurrentiepositie van de getroffen bedrijven en zal op termijn leiden tot het verplaatsen van uitstoot naar landen die de belasting niet heffen. Het dient dus een internationale oplossing te zijn. De eerste tekenen uit New York zijn positief. Mogelijk dat er in Parijs een deal gedaan kan worden langs de lijnen zoals voorgesteld door twee economen uit India, Aaditya Mattoo en Arvind Subra-manian. Deze economen bepleitten onlangs in hun boek Greenprint een CO2-importheffing, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de CO2-inhoud van de lokale productie. Dat zou voor de EU als resultaat hebben dat de import van

Deze economen bepleitten onlangs in hun boek Greenprint een CO2-importheffing, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de CO2-inhoud van de lokale productie. Dat zou voor de EU als resultaat hebben dat de import van energie- intensieve producten zou dalen met bijna acht procent en de export vanuit de EU met 4,7 procent zal stijgen. Een positief effect op de werkgelegenheid en dus aantrekkelijk voor de EU. Waarom zouden landen als China en India daar mee instemmen? Omdat zij, aldus beide economen, enorm belang hebben bij het stoppen van de klimaatverandering, alleen al door de negatieve effecten daarvan op de voedselvoorziening. We kunnen ons in Nederland veroorloven een miljard euro per jaar opzij te zetten voor het verhogen van de dijken. In Bangladesh is daar mogelijk nog meer behoefte aan, maar ontbreekt het geld.

DAADKRACHT

Aan goede ideeën en initiatieven geen gebrek: nu komt het aan op daadkracht van politieke beleidsmakers, omdat de negatieve veranderingen in ons klimaat voorlopig zeker door zullen gaan. Verlaging van de CO2-uitstoot en een verschuiving naar de opwek en het verbruik van hernieuwbare energie vormen daarbij het leitmotiv.

Deze analyse is gepubliceerd in Management Scope 09 2014.

Investors will create the sustainable world

Sustainability is a bottom up process

The green bio based economy will not be created by governments. It will be created by consumers and investors. It will be a bottom up movement. This is just as well, it is not likely that governments will chose the right method, the right technology and the right measures. Governments have too many interests to balance and are never spending their own money. On the other hand investors only have to consider the return on their own money.

Below a short summary of various articles from, mainly, the Financial Times. The trend is clear. Investors are opting for sustainability.

1. FT 11 March 2012 (1).

Rabobank of The Netherlands introduced two new investment products (one with European stock and one with global investments) based on the premise that the best current investments is in sustainability.
The results speak for themselves (back tested over the past 10 years)

  • Europe Fund: annual return of 7,8% against 0,8% for the MSCI Europe Index
  • World Fund annula return 8,1% against 0,2% for the MSCI World index.


2. FT 11 March 2012 (2)

Already more than 6.000 companies world wide report CSR data. In 2005 thjis was a mere 700- 800 companies.

One quotes at  the bottom of the article deserve extra emphasis
“There is a perception, particularly in the US, that the return on investment (from investing in CSR) is not there – but it is, and large companies have a lot of cash right now. This is a great time to put that money to good use to make their operations more efficient and robust.”

3. FT 1 April 2012 (1)

This article describes how the number of companies providing CSR data is not growing as quickly as was hoped. Despite the low growth already 15% of the global institutional investors market have signed up to the UN Principles of Responsible Investment.
Also Eiris research launched a sustainability ratings service. They quoted in a separate article
“Demand from investors for a definitive assessment of corporate sustainability performance that can be easily fed into investment analysis triggered the launch of the ratings.”

4. FT 16 April 2012

The title of this article (and the content) speaks for itself: “Investors drive sustainability.”
Since the roof fell in on the international property market the relationship between the built environment and sustainability has flourished.

5. FT 18 May 2012

An Ipsos Mori report in 2011 found 65 per cent of investors with more than £100,000 in investable assets wanted to achieve social impact from their investments as well as financial returns. And last December, when JPMorgan polled 52 (social)impact investors, it found they planned to invest almost $4bn over the next 12 months.

6. FT 21 May 2012

Hugo Bänziger, chief risk officer of Deatsche bank states that “Lenders will have to demonstrate that their future business models are beneficial to society, that they can be run safely and that they are able to restore profitability to make them attractive investments again.”

So far some of the Financial Times articles. To round it off please let me refer you to the very read worthy Schumpeter of this week’s economist.
Good business, nice beaches.
The most important quote:

“The proportion of managers who say they think that “sustainability” is a key to competitive success has risen from 55% in 2010 to 67% last year, according to an annual survey of 4,000 managers in 113 countries by the MIT Sloan Management Review and the Boston Consulting Group.”

Felix Gruijters

 

The Leadership required for Sustainability.

The leadership required to change a company to embrace Sustainability.

CSR gives a competitive advantage

For most companies Sustainability should have seized to be a marketing tool. There is sufficient proof that companies with a strong emphasis on CSR (of which sustainability is an important aspect) out perform their peers. This makes sustainability (and the other aspects of CSR) a strategic tool to improve the company.

CSR means fundamentally changing the DNA

It is also clear to most companies that sustainability should be more than window dressing. A company that does not fundamentally incorporate sustainability into its product and services will not convince consumers and find that its efforts do not bring the returns it feels it deserves.

 

  • First of all it should be clear that the company cannot continue doing what it has been doing in a different way. Taking sustainability serious means that companies have to look at the way they do their business in every aspect of that business. The cars driven by its sales people, the number of flights taken by senior management, the energy use of its offices, the extend to which it adheres to the cradle to cradle principle and the complete carbon footprint of its products and services.
  • Secondly companies should realise that sustainability is a long process. Management cannot implement a quick top down programme, sustainability has to be incorporated in the DNA of the organisation in a determined and if necessary prolonged move.

Strong modern leadership is required

Embracing sustainability however is not an easy task. It requires fundamentally changing the company and therefore requires strong leadership. This leadership is different from traditional leadership.

5 leadership practices are relevant

1. Use the momentum
2. Change selectively
3. Encourage experiments
4. Create openness and frankness
5. Crowd-source ideas

1. The leader should use the momentum of the current economic slowdown to install the need for fundamental change. He should create an urgency to change what and how work is done and who does it. This is a delicate task as too much pressure can cause panic and inertia, whereas too little pressure will lead to a return to old ways.

2. The leader should only change those things and move those people that prevent the required change; not everything has to be changed.

3. The leader should encourage experiments. The vision does not have to be produced as a Grand Design by the senior management, it has to be the consequence of much trial and error.

4. The leader should encourage a culture of openness and frankness. In many companies the status quo is protected by higher management preventing any sound of discontend or change to surface at the top floor.

5. The leader should mobilize everyone withing the organisation using for instance the newly developed crowd sourcing methods.

Felix Gruijters

Sustainability, investment, supermarkets and summer festivals

Private investment instead of bank loans

 An interesting article today (7 May 2012)  in The Financial Times. It is interesting to see that a rather negative trend in cleantec was given a very positive spin in this article. It is a fact that banks are somewhat reluctant to lend, at the same time venture capital is recovering from various bloodied noses suffered in the economic slowdown. This is a real problem for new clean development technologies requiring (fresh) capital and could put a break on the continuing development of a sustainable society.

The positive spin put on this development is the fact that if banks do not lend and venture capital does not want to participate, the opportunities are available to private investors. Research done by the FT indicates that these private investors are very interested in sustainable and cleantec opportunities and could make up some of the shortfall. This is good news and fits in with a trend we see elswhere. Smaller scale initiatives (in size and value) are taking the lead.

 Sustainability and Supermarkets

 The interest of private investors sits well with cleantec and sustainability. Much of the drive towards sustainability is driven bottom up. Despit the recession the environment remains high on the worry list of consumers. As a result big supermarket chains as Walmart, Casino, Tesco and Albert Heijn have a clear focus on reducing their impact on the environment. The reason transport companies are now also looking at ways of reducing their carbon footprint is forced on them by these supermarkets. That in turn is the reason that energy companies (and I work for one) are developing electric charging possibilities for trucks. Currently trucks, when stopping overnight, have a diesel working to keep the refrigerated goods at the required low temperature. This polluting and noisy habit could soon be a thing of the past thanks to the demand from consumers, translated by the shops they frequent.

 Sustainability and Festivals

 The same should (and hopefully will) apply to the organisers of summer festivals. Many summer (and spring) festivals work with diesel generation. A diesel generator has an efficiency of approximately 30%. I recently made the calculation for a summer theater festival in The Netherlands. During the summer months they produced with their diesel generators 320 ton of CO2. Using electricity this could be reduced to zero if renewable sources were used or it could be halved if we use just “normal fossil based” electricity from the Dutch power generators. Despite the fact that diesel costs are nearly 4,5 times as high as the cost of electricity the move away from generators is slow and is only gradually increasing momentum.

 This is a missed opportunity, it is time that visitors to summer festivals, despite their young age, look further than just the need to consume, to be seen and to see the hottest acts and create some pressure on the organizers and promote the use of power during festivals.

Felix Gruijters

Sustainability its example and its deceit

Sustainability and Unilever

Unilever has published its Sustainable living progress report. It has made good progress. Most of the progress really impresses me, like the 24% of agricultural raw materials and 64% of palm oil that are now sustainably sourced.

The fact that 100% of energy is from renewable sources is less impressive as at least some of it is from Norwegian and Swedish hydro sources. We all know that this is nothing but “green washing”. Norway has sold so many of its green certificates (proving that the power was generated by hydro) that one could say that it has, in fact, the dirtiest energy mix of Europe.

But most important to me is the rationale behind the plan. It is a rationale that should inspire all CEO’s to follow Unilever’s lead. Unilever states that it is pursuing its sustainability goals because:
1. consumers want it
2. retailers want it
3. it fuels innovation
4. it helps develop new markets
5. it saves money.
6. it inspires our people
Who would not want his/her company to feel that its strategy achieves all these goals?

It strikes me that all the reasons listed have two sides to them – two sides that can be explained through Unilever’s Dutch heritage. Like any Dutchman, Unilever is both a missionary and a salesman at the same time. Innovation, inspiring employees, developing markets: it is all pursued with missionary zeal in the knowledge that the salesman knows that the market wants it and revenue can be increased.

Sustainability and partnerships

It is also Interesting that Unilever works in partnerships to realise its sustainability goals. CSR business practices require close co-operation with others. Companies cannot do it alone as CSR requires a much more holistic approach to the business. No company can control all the aspects of a-cradle-to-cradle approach effectively and efficiently. Here too Unilever leads the way.

Eneco’s sustainability and deceit

I drove past an Eneco commercial outside Schiphol Airport today. Eneco sells Dutch Wind power and advertises this graphically by a display in which a wind turbine and a washing machine both turn, implying a direct link between the turbine and the energy consumed by the washing machine. We all know this is not true. Today it was great to see that the wind turbine in the display was not turning even though the washing machine was on “full-cycle”. This is the reality: when there is insufficient wind in The Netehrlands, Eneco’s customers still receive power. This power comes from the coal power stations of E.on, Essent, Electrabel and Nuon. It always hurts me to hear and see Eneco claiming it is the greenest producer of power in The Netherlands. It might be true, but Eneco produces such a tiny fraction of Dutch power that this claim does not mean much. Without the coal (and gas) powered generators of its competitors, neither Eneco (nor Greenchoice for that matter) would exist.

Felix Gruijters


Follw me on Twitter


%d bloggers like this: