Archive for the 'Duurzame energie' Category

De onzin van Vandebron.

April 2014 lanceerde 4 initiatiefnemers Vandebron.

Wat is er zo (weinig) bijzonder aan Vandebron?

1. Bij Vandebron kan een consument stroom rechtstreeks van een producent kopen. Is dit bijzonder? Nee. Alle grote energiebedrijven maken zelf energie en men kan die energie rechtstreeks bij hen kopen. Vandebron levert hier dus niets bijzonders.

2. Bij Vandebron kun je duurzame energie direct van de producent kopen. Is dat bijzonder? Nee. Grote energiebedrijven leveren aan bedrijven en consumenten die daar voor kiezen duurzaam geproduceerde stroom. Consumenten en bedrijven kunnen uit een scala aan mogelijkheden kiezen. Zo biedt Nuon aan bedrijven de mogelijkheid van levering van een specifiek windmolenpark. Vandebron is dus niet uniek.

3. Door Vandebron heb je het traditionele energiebedrijf niet meer nodig. Is dit waar? Nee. Als de producent, waar men via de website van Vandebron voor kiest, even niet levert (bijvoorbeeld omdat het niet waait of omdat de zon niet schijnt) dan zorgt Vandebron voor levering van andere bronnen. Deze bronnen zijn de traditionele centrales van traditionele energiebedrijven. Vandebron levert dus gewoon energie van traditionele centrales.

4. De prijsstelling bij Vandebron is eerlijker dan de prijsstelling van traditionele energieleveranciers. Is dat een juiste voorstelling van zaken? Nee. Bij een traditioneel energiebedrijf betaal je een vastrecht een een vergoeding per kWh (of m3). Dit is bij Vandebron in feiie niet anders. Vandebron ontvangt het vastrecht, de energieproducent de vergoeding per kWh. Bij Vandebron dient de € 5 per uur ter dekking van de kosten van het platform, bij de traditionele energieproducent dekt het vastrecht ook de administratieve lasten. Een laten we eerlijk zijn: ook Vandebron wil geld verdienen. Het vastrecht van € 60 per jaar is in ieder geval meer dan alle traditionele leveranciers vragen.

Vandebron doet eigenlijk niets anders dan alle energieleveranciers van Nederland en Europa.

  1. Alles wordt geplaatst op het landelijk elektriciteitsnet. Net als elke energieleverancier zorgt Vandebron ervoor dat voor hun klanten energie op het landelijke elektriciteits- (of gas) netwerk wordt gezet. In het geval van Vandebron zijn dit een groot aantal producenten van kleine hoeveelheden duurzame energie. Bij traditionele energiebedrijven is dit een mix van duurzaam opgewekte energie en energie opgewekt in traditionele gas of kolen centrales.
  2. Wat uit het stopcontact komt blijft een mix van alles wat in Nederland op het net wordt gezet. Ook klanten van Vandebron ontvangen een mix van alle bronnen die elektriciteit maken voor het Nederlandse net. ook bij Vandebron komt er geen zuivere groene elektriciteit uit het stopcontact. Om te kunnen bewijzen dat de elektriciteit inderdaad “groen” is, maakt Vandebron, net als normale energieleveranciers, gebruik van Garanties van Oorsprong.
  3. Bewijs van levering met Garanties van Oorsprong. Om te kunnen bewijzen dat de elektriciteit inderdaad duurzaam is geproduceerd werken we in Nederland (en in de EU) met Garanties van Oorsprong (GvO’s). GvO’s zijn certificaten die door overheidsinstanties worden afgegeven voor energie die duurzaam is geproduceerd. Energiebedrijven melden de duurzame energie die ze kopen van derden (zoals Vandebron) of zelf produceren (zoals Nuon en Eneco) aan bij de betreffende overheidsinstanties. In Nederland is dat CertiQ. Energiebedrijven schrijven bij CertiQ de GvO’s af voor duurzame energie die door hun klanten is gebruikt.

Vandebron speelt handig in op het sentiment van een groep consumenten die graag lokaal duurzame energie willen kopen. De lokale energieproducenten aangesloten bij Vandebron leverde voor het bestaan van Vandebron aan de traditionele energiebedrijven. Deze bedrijven verkochten de stroom als onderdeel van hun groene stroomproducten door aan consumenten en bedrijven.

Wat voegt Vandebron toe?

Wat Vandebron toevoegt is dat consumenten zelf kunnen kiezen vanuit welke duurzame bron ze beleverd worden. Dit bestaat ook al bij normale energiebedrijven maar is daar nog niet het standaard product. Er is blijkbaar een groep consumenten die bereid zijn extra betalen voor de extra administratieve lasten die gepaard gaan met het afschrijven van specifieke GvO’s voor hun eigen verbruik. Het is een kwestie van tijd voordat bestaande energieleveranciers deze dienst op grote schaal aan hun klanten gaan aanbieden. De eerste tekenen zijn er al. Energiebedrijven (tradioneel en nieuw) zoeken naar manieren waarop de consument kan participeren in duurzame projecten.

Publiciteit

Iedereen heeft recht zijn brood te verdienen. Het zou echter wel mooi zijn als duurzaam Nederland wat verder kijkt dan de neus lang is en nadenkt voordat het Aart van Veller, 1 van de initiatiefnemers van Vandebron volledig onbekritiseerd op het podium van het Nationaal Sustainability Congres zet.

Eneco, de NS en de PR van duurzaamheid

De NS heeft een contract gesloten met Eneco voor de levering van elektriciteit. Deze elektriciteit zal in 2015 voor de helft, en in 2018 geheel, worden opgewekt met windmolens. De helft van de windmolens zal in Nederland staan, de andere helft in Noord West Europa.

Dit contract wordt door de NS en Eneco gepresenteerd als de nieuwe maatstaf in duurzaamheid. Zo organiseerde MVO Nederland afgelopen week een master class “Duurzaam Inkopen” met de deal tussen NS en Eneco als voorbeeld voor toekomstige tenders voor het inkopen van duurzaam opgewekte energie.

Het presenteren van het NS- Eneco contract als een doorbraak en voorbeeld in duurzaam inkopen is een PR-stunt en het is teleurstellend dat het heeft meegespeeld in het toekennen van de titel MVO Manager van het jaar aan Carola Wijdooge van de NS. Deze deal had daar geen rol in mogen spelen.

Eneco zal door de deal met de NS geen windmolen extra bouwen dan het zou hebben gedaan als de NS geen klant was geworden van Eneco. Er is geen sprake van additionaliteit ook al wordt dat wel geclaimd. De jury voor de MVO manager van het jaar schreef: “In 2014 rondde zij (de NS/Carola Wijdooge) de grootste aanbesteding van groene stroom in de Nederlandse geschiedenis af. Met als belangrijkste eis dat het nieuwe groene stroom betreft. Daardoor zal het aantal windparken in Nederland verdubbelen en geeft ze een belangrijke invulling aan het Energie akkoord.¨

Windmolens kunnen niet worden gebouwd op basis van de klantvraag. Klanten in Nederland betalen relatief veel voor wind geproduceerd in Nederland maar een certificaat dat het bewijs vormt van productie van energie door een windmolen in Nederland kost slechts € 1,50 per MWh, ongeveer 3% van de prijs die voor elektriciteit wordt betaald op de markt. Die 3% is onvoldoende om het verschil goed te maken tussen de kosten voor het maken van elektriciteit met windmolens of traditionele centrales. Daar is veel meer geld voor nodig. Om die reden hebben we in Nederland een subsidieregeling, de SDE+ regeling. Die subsidie geeft bouwers van windmolens gedurende 15 jaar de garantie dat ze tenminste €74 oplopend tot €86 ontvangen per MWh. Dit is een subsidie van meer dan 50%. En dus is de stelling gerechtvaardigd dat windmolens pas worden gebouwd als de subsidie dit mogelijk maakt.

De consequentie is ook dat als de overheid een vergunning voor het bouwen van een windmolen park intrekt zoals recent in de Noordzee gebeurde of als een overheid subsidie intrekt of verlaagt (zoal de Belgische overheid deed in 2012) er geen windmolens gebouwd worden.

Wat Eneco heeft gedaan is zich committeren aan het bouwen van windmolen parken. Eneco heeft daarmee een risico genomen op de betrouwbaarheid van de Nederlandse overheid. Een risico dat zeer klein is maar wel degelijk reëel. Nood breekt wet, ook bij Nederlandse overheid (en andere West Europese overheden). Mocht Eneco door gewijzigde regelgeving geen of minder windmolen parken bouwen dan zal de NS niet instaat zijn Eneco te dwingen de parken toch te bouwen om te voldoen aan haar contractuele verplichtingen, het zou het einde van Eneco betekenen.

Als Eneco alleen kan bouwen als de subsidie regeling goed blijft en de NS de contractuele plicht tot het bouwen van windmolenparken niet kan afdwingen kan ook niet geclaimd worden dat het contract tussen de NS en Eneco leidt tot de bouw van nieuwe windmolens. De communicatie over het contract en haar beoogde effect is dan ook niet anders dan het zoeken van goede PR. Daar zijn Eneco en de NS goed in geslaagd. De marketing medewerkers van beide bedrijven hebben het uiterste uit de deal gehaald. Nu maar hopen dat de werkelijkheid het mooie imago niet achterhaalt.


Follw me on Twitter


%d bloggers like this: